In the Spotlight: Dr Bruno Holthof, CEO van de Oxford University Hospitals NHS Foundation Trust

  • 8 april 2022

Dit onderdeel van onze maandelijkse nieuwsbrief belicht iemand waarmee we recent hebben samengewerkt of die een professionele band heeft met Vlaanderen. Deze maand is het de beurt aan: Dr Bruno Holthof, CEO van de Oxford University Hospitals NHS Foundation Trust

 

Bruno Holthof, heel hartelijk dank voor dit interview. Hoe bent u in Oxford en uw functie beland? 

Je weet dat ik CEO was van Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA). Alweer meer dan 7 jaar geleden kreeg ik vlak voor de kerst telefoon van een headhunter met de vraag of ik interesse had in een functie in Oxford. Hoewel ik eerst neen had gezegd, drong men aan en ik had een zeer boeiend gesprek met Sir John Bell, een wereldwijde autoriteit op gebied van Life Sciences en de Regius Professor of Medicine aan de Universiteit van Oxford. Men wilde Oxford op de kaart zetten op gebied van Life Sciences en de wisselwerking tussen de universiteit, de gezondheidszorg (waarvan het ziekenhuis een belangrijk element is) en de privé sector verder uitbouwen. 

Als ik nu de rekening maak, dan zijn we 7 jaar later geslaagd in die opdracht. Oxford staat op de kaart inzake Life Sciences, en de samenwerking tussen universiteit, gezondheidszorg en privé partners heeft geleid tot innovaties die wereldwijd kunnen worden toegepast.  Het bekendste voorbeeld is uiteraard het COVID-vaccin in samenwerking met AstraZeneca.

Minder bekende voorbeelden zijn dat Oxford de technologie voor genomic data analyse ontwikkeld heeft die wereldwijd gebruikt wordt voor disease surveillance van pathogenen en dat de methodologie van Oxford voor de COVID-recovery trials ook wereldwijde interesse heeft gekregen: hierbij worden data gebruikt die rechtstreeks uit de klinische zorg komen, waardoor men snel kan vaststellen welke geneesmiddelen een impact hebben op een behandeling en wat niet werkt. 


Werkt Oxford ook vaak samen met Vlaamse instellingen? 

Jazeker: zo komt bijvoorbeeld een deel van de technologie van Oxford Nanopore (die een heel belangrijke rol speelt in genome sequencing) uit België. Op academisch vlak zijn er ook heel veel samenwerkingsverbanden tussen onderzoeksgroepen, die bijvoorbeeld samen subsidie aanvragen doen. 


Brexit  heeft ongetwijfeld een impact op de  Universiteit van Oxford, met name de uitstap uit Horizon Europe. Bent u hoopvol dat dit in orde gaat komen?

Men is altijd in principe akkoord geweest dat dit moest blijven bestaan en ik ben wel hoopvol dat dit in orde gaat komen, want het is te belangrijk voor het VK en de EU. Oxford heeft om zich te wapenen tegen de impact van Brexit een samenwerking met Berlijn opgezet, zodat men via die weg ook subsidies kan aanvragen in de EU. 

De samenwerking met universiteiten in andere werelddelen zoals Noord-Amerika, Azie en Afrika blijft natuurlijk bestaan. Hier zijn de connecties met de Commonwealth (bv Australië, Canada, Nieuw-Zeeland ) uiteraard ook heel belangrijk voor Oxford. De gemeenschappelijke taal maakt onderzoekssamenwerking natuurlijk ook heel wat makkelijker.

 

Wat lijken u de grote verschillen tussen de gezondheidszorg in België/Vlaanderen en in het VK? Waar is Vlaanderen sterk in en waar kan Vlaanderen nog van het VK leren? 

Vlaanderen is absoluut top in de wereld op het vlak van toegankelijkheid van de gezondheidszorg. Tijdens en na COVID is dat een beetje veranderd: mensen klagen nu wat meer over het feit dat men moet wachten op een afspraak. Het is natuurlijk essentieel in de gezondheidszorg dat je snel toegang krijgt, want een snellere diagnose leidt tot sneller ingrijpen en een betere kans op genezing. Vlaanderen is hier nog steeds een koploper in; iets wat mensen die wat gereisd hebben, en in andere landen gewoond hebben, zeker zullen herkennen. 

Engeland legt een grote nadruk op onderzoek: men wil alle patiënten in de National Health Service (NHS) betrekken bij onderzoek, wat vrij uniek is. Dit moet bijdragen aan een versterking van de evidence base (wat werkt, wat werkt niet, wat is de kosten effectiviteit van een behandeling?). De Britse instituten (zoals NICE) zijn ook gekopieerd door andere landen-het Kenniscentrum in België bijvoorbeeld. Het VK staat echt  aan de top hoe ze hun research integreren in de gezondheidszorg en hun evidence base uitbouwen en evalueren. 

Een ander voordeel van de NHS is dat men heel snel centraal kan coördineren. Dat was een enorm voordeel tijdens de pandemie! De vaccinatiecampagne is hier bijvoorbeeld heel snel en vlekkeloos uitgerold kunnen worden. Ikzelf kreeg dagelijkse instructies van de overheid wat Oxford University Hospitals concreet diende te doen. Zo hebben we de werknemers van Oxford Biomedica zeer vroeg moeten vaccineren om de productie van vaccins in het VK niet in gevaar te brengen. Maar niet alleen in crisistijd werkt het systeem goed, men kan bijvoorbeeld ook heel snel preventiecampagnes opzetten. Zo weten we bijvoorbeeld dat als de NHS een campagne opzet om prostaat screening onder de aandacht te brengen, we enkele maanden later meer capaciteit moeten inzetten om prostaat kankers te behandelen.


Het maatschappelijk debat rond privatisering – hoe moet je dat bekijken?

Er zijn twee kanten aan de zaak: wie voor de gezondheidszorg betaalt en wie de verstrekker is. Mijns inziens is het goed dat het geld van de overheid komt ( zoals bijvoorbeeld in het VK) anders wordt het te gefragmenteerd (zoals bijvoorbeeld in de VS). Op het niveau van verstrekkers (aanbieders) is privaat initiatief dan wel weer goed, want autonomie en ondernemerschap leiden tot innovatie en meer efficiëntie. In ZNA heb ik een publieke zorgverstrekker gered van faillissement: daar heb ik een OCMW structuur omgebogen naar een VZW structuur. Toen ik vertrok bij ZNA was dit het meest winstgevende ziekenhuis in België.

De grote vraag is hier hoe men privaat initiatief toelaat. In Vlaanderen is enkel social profit toegestaan: aandeelhouders kunnen geen winst halen uit onderneming. Dat is goed, want dat laat ook toe dat overheid bijspringt in tijden van crisis (bijv pandemie). Hier in het VK hebben heel wat private providers grote winst gemaakt door de pandemie. De vraag is of dat goed is.

 

De afgelopen twee jaar heeft onze gezondheidszorg onder enorme druk gestaan door de pandemie. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen voor de komende jaren? Technologie en innovatie staan niet stil, zeker niet in de gezondheidszorg. Wat is volgens u de gezondheidszorg van de toekomst?

Ik denk dat de uitdagingen alleen maar geaccentueerd zijn door COVID. De gezondheidszorg heeft een groot beslag gelegd op de middelen van de maatschappij en dat zal alleen maar toenemen. Er zal een grens zijn aan hoeveel we kunnen/willen betalen voor de gezondheidszorg. We zullen keuzes moeten maken in de zin van welke innovaties echt een bijdrage leveren aan de gezondheidszorg en welke maar een minimaal voordeel hebben.  Een grote uitdaging is de kost van nieuwe technologieën en we moeten de vraag stellen hoe we 'value for money' kunnen creëren. Een andere vraag, die me nauw aan het hart ligt, is hoe we technologieën kunnen ontwikkelen voor de hele wereld en niet enkel voor de ‘select few’. Een goed teken is alvast de uitbouw van ontwikkeling- en productiecapaciteit in plaatsen zoals Azië, Latijns Amerika en Afrika. Dat zal de kost van ontwikkeling en productie naar beneden halen en zo de toegankelijkheid positief beïnvloeden.                          

Wat technologie en innovatie in de gezondheidszorg betreft, zitten we voor de komende jaren in een stroomversnelling. Er zijn bijvoorbeeld voor gene sequencing enorm veel toestellen en opleidingen (van mensen) bijgekomen in de afgelopen 2 jaar, voornamelijk onder impuls van de COVID-pandemie. Diezelfde gene sequencing technologie (waarmee we kunnen detecteren wat de echte oorzaak is van een ziekte) kunnen we gebruiken voor kanker en andere chronische ziektes. Hetzelfde geldt voor beeldvorming en biomarkers. De combinatie van die technologieën zal ons ons toelaten om veel vroeger een diagnose te kunnen stellen en zo veel sneller een gerichte behandeling op maat te kunnen starten.


Denkt u dat we door de nieuwe technologie en gepersonaliseerde gezondheidszorg allemaal 120 jaar oud gaan worden?

We hebben nu al 10 jaar toegevoegd aan de gemiddelde menselijke levensduur, met name door cardiovasculaire geneesmiddelen en ingrepen. Als we nu nog eens 10 jaar aan de levensverwachting willen toevoegen, dan moeten we inzetten op kankerbehandelingen. 

Een langer leven kan hopelijk ook aan betere levenskwaliteit. Daarbij zijn vooral mobiliteit, waar al heel wat technologische ontwikkelingen voor zijn, en hersenfunctie belangrijk. De grote doorbraak moet echter nog komen in de preventie en behandeling van dementie en andere CNS (Central Nervous System) -aandoeningen. Het brein is nog steeds het grootste mysterie van het menselijke lichaam.

In juni legt u uw functie als CEO bij het ziekenhuis in Oxford neer . Wat zijn uw (professionele) plannen nadien? 

Ik zal in Oxford blijven wonen en werken, maar in een andere rol. Ik ga me bezighouden met 2 dingen. Enerzijds zal ik Global Health aan de Universiteit van Oxford helpen uitbouwen, meer specifiek hoe je technologie en innovatie in zogenaamde low resource settings kan ontwikkelen en de uitrol ervan kan verhogen. Ik ga ook mijn onderwijsopdracht in Global Health uitbreiden. Daar zal ik me vooral toeleggen op de supervisie van master en PhD studenten. Zo werken 2 studenten bijvoorbeeld nu al aan een low-cost MRI scanner en een betaalbaar elektronisch patiëntendossier. 
Dit sluit aan bij mijn passie: de betaalbaarheid van nieuwe technologieën. Als we de kost van nieuwe technologie verlagen, opent dat meteen meer mogelijkheden voor toegankelijkheid tot zorg in landen met zowél hoge en lage inkomens. 

Anderzijds ga ik ook deeltijds werken bij een investeringsfirma, waar ik met 2 fondsen zal werken. Het ene is een fonds met risico kapitaal, waarvan de investering financieel rendement moet hebben maat ook leiden tot betere resultaten bij de behandeling van de patiënt en lagere kosten voor de zorgbetaler. Het tweede fonds streeft duurzaamheid na. Hiermee willen we aantonen dat je for profit kan werken, maar met een social impact. Iedereen beseft ondertussen wel dat de planeet haar grenzen heeft en dat we hiermee rekening moeten houden omdat we anders een wereldwijde crisis veroorzaken. Het is echt tijd dat we naar groene energie overstappen, ons gedrag als consument aanpassen en onze producten en diensten duurzaam maken. Ook de maatschappelijke ongelijkheid, wordt te groot, wat leidt tot sociale spanningen. We moeten kijken hoe grote bedrijven en investeringsfondsen kunnen bijdragen aan oplossingen voor die uitdagingen. 


Tot slot de vraag die we aan iedereen stellen: als u 48u hebt in Vlaanderen, waar zou u naartoe gaan?

Aangezien ik geboren ben in Antwerpen kan ik niet anders zeggen dan Antwerpen! Ik kijk er erg naar uit het Museum van Schone Kunsten te bezoeken wanneer het terug opengaat in september. Een van mijn laatste feiten in ZNA was de ondertekening van het contract voor de bouw van het nieuwe ZNA Cadix ziekenhuis. Gisteren zijn de sleutels officieel overhandigd. Ik ben erg fier op dat ziekenhuis; het heeft de Skyline van Antwerpen helemaal veranderd! Het uitzicht op het terras van de cafetaria is uniek. 

Bruno Holthof, nogmaals bedankt voor dit fascinerende gesprek!